Geschiedenis Sociaal Werk in Nederland

Gebeurtenissen

1e keer minister Maats.Werk

1952

kort

Algemene Bijstandswet

1965

kort

bezuinigingen

1970 - 1980

kort

teruggang economie

1980 - 1990

kort

Personen

Mary Ellen Richmond

1861 - 1921

schreef in de Amerikaanse ‘Charity Organisation Society’ en schreef het boek ‘Social diagnosis’, ze legde de basis voor de moderne methodiekontwikkeling binnen het maatschappelijk werk. Er moest een wetenschappelijke diagnose gesteld worden waarbij nadrukkelijk ook maatschappelijke factoren werden betrokken, voorafgaand aan de sociale hulpverlening

Virginia Robinson and Jessie Taft

1882 - 1960

schreef ‘A changing psychology in social casework’, ze legde er de nadruk op dat de maatschappelijk werker naast de cliënt moet staan. The professional personality betekent dat het belangrijkste instrument van de maatschappelijk werkster de eigen persoon is.

Amy Gordon Hamilton

1900 - 1960

schreef ‘practice of social work’, het was niet voldoende dat de maatschappelijk werker de gevoelens van de cliënt begrijpt, maar het ging erom dat de hulpverlener de cliënt inschakelt in het actief deelnemen aan verandering.

Marie Kamphuis

1907 - 2004

introduceerde in NL de Amerikaanse methodiek van de individuele hulpverlening (social casework), net als Hélène Mercier en Marie Muller-Lulofs was zij voorstander van de professionalisereing en het methodisch werken. Ze bouwde de Academie voor Sociale en Culturele Arbeid op en schreef het boek ‘wat is social casework?’ ‘casework notebook’ (social casework draaide volgens haar om het verbeteren van het sociaal functioneren van mensen. Het verbeteren van de wisselwerking tussen mensen en hun sociale omgeving.

Herman Milikowski

1909 - 1989

schreef ‘Sociale aanpassingen en niet aanpassingen’ die later als ‘Lof der onaangepastheid’ werd herdrukt. Primaire onmaatschappelijkheid van de huisbazen (slechte huizen voor veel geld), werkgevers (creëren geen passende werkgelegenheid) stadsbestuurders (bestrijden de sociale en culturele achterstelling). Secundaire onaangepaste gedrag van mensen als reactie daarop. Hij vond dat je mensen niet op hun kop moest zitten maar ze helpen met hun emancipatiestrijd, de asociale maatschappij moest zich richten naar de behoeften van mensen (dit werd geweigerd).