Bart Beaumont

Tijdvakken

1. Tijd van jagers en boeren (prehistorie): tot 3000 v.Chr.

15000 BC - Approx. 3000 BC

De agrarische revolutie: Dankzij de landbouw was er meer voedsel beschikbaar waardoor de mens in staat was op 1 plaats te blijven wonen. Ook nam de bevolking toe en ontstonden de eerste dorpen

3300 BC Het ontstaan van steden
n Mesopotamië ontstaan de eerste steden als gevolg van overvloedige oogsten. Door overvloed ontstond ook het beroep van de koopman en handelaar, gevolgd door leerlooier, pottenbakker etc. De steden hadden ook bestuurders nodig omdat de samenleving complexer was geworden. Deze leiders werden uiteindelijk tot koning en hun positie werd erfelijk.

3100 BC Ontwikkeling van steden
Nadat de steden zijn gevormd ontwikkelen zich staten. Afgebakende gebieden met een gecentraliseerd bestuur en een overkoepelend rechtsysteem waar de overheid verantwoordelijk is voor de ordehandhaving en verdediging van de landsgrenzen.

2. Tijd van Grieken en Romeinen (oudheid): 3000 v.Chr. tot 500

2999 BC - 500 AC

3000 BC De griekse democratie
Een vorm van bestuur waarbij alle burgers het recht hebben om in een volksvergadering mee te beslissen over het beleid.
150 BC Het romeinse rijk
De vernietiging van Carthogo vormt het onderdeel van de bestaansgeschiedenis van het Romeinse rijk.14 AC werd keizer Augustus gekroond tot de eerste keizer. Vervolgens kende het rijk een periode van lange rust: pax romana.
450 BC Het einde van het romeinse rijk
Nadat het romeinse rijk in 200 AC zijjn maximale grootte had bereikt was het onbestuurbaar geworden en begon een periode van wanorde, machtsgrepen en machtsverdelingen.

3. Tijd van monniken en ridders (vroege middeleeuwen): 500-1000

0501 - 1000 AC

De feodale structuur ontstaat. Dit betekent dat het dorp en het platteland de economische eenheid wordt en steden steeds minder belangrijk zijn. Dit zorgt voor een verval van steden en Romeinse bouwwerken (bruggen, wegen en aquaducten).
Nadat e steden van het voormalige romeinse rijk waren verdwenen ontstond een vrijwel volledig agrarische samenleving. De boeren waren vrijwel volledig autarkisch.

et behoud en de verdere ontwikkeling van de (Griekse) wetenschap (astronomie en wiskunde) vindt voornamelijk plaats in Perzië, Syrië en India in de 3e t/m 7e eeuw.

Opbouw politieke eenheid. Eerste contacten met Arabische cultuur.

De hellenistische cultuur had zich verspreid tot ver in Centraal-Azië. Egypte en Syrië stagneerden, maar de ontwikkelingen in China en India gingen ongestoord verder. De Arabieren brachten Chinese uitvindingen mee naar West-Europa. Latijnse vertalingen van Arabische teksten (die hun oorsprong hadden in Griekenland) kwamen in West-Europa terecht.

De stand van de techniek in China werd pas rond 1400 n.C. in West-Europa geëvenaard. De ontwikkeling in China stagneerde door de bureaucratie van de Mandarijnen en de groeiende belangstelling voor literatuur in plaats van voor techniek.

Bron: http://gs-tijdvakken.webklik.nl/page/tijdvak-3

4. Tijd van steden en staten (hoge en late middeleeuwen): 1000-1500

1001 - 1500 AC

De steden komen weer tot bloei. de handel leeft op ten gevolgen van de toegenomen opbrengsten van de landbouw. Door de handel ontstonden de Hanzesteden en ontstond er een groeidende vraag naar geld.

5. Tijd van ontdekkers en hervormers (renaissance/Reformatie): 1500-1600

1501 - 1600

Klassieke ideeën werden niet meer klakkeloos overgenomen. Men was zich bewust van de superioriteit van de West-Europese techniek en economie en wilde hier ver boven uit groeien.

Bovendien was de macht overgenomen door rijke kooplieden in de steden, die mogelijkheden zagen om winsten te vergroten door het bevorderen van wetenschap en techniek. De grootste technische vooruitgangen waren op de gebieden van mijnbouw, metallurgie en scheikunde. De hoeveelheid verscheepte steenkool in Newcastle verveertienvoudigde in 70 jaar! Leonardo da Vinci is met zijn veelzijdige aanleg een kenmerkende figuur voor deze periode.

De wetenschap kon gebruik maken van de enorme kennis en ervaring van technici. Hedendaags is dit andersom. Wetenschappers werken niet in universiteiten, die waren immers opgericht door de kerk, maar in genootschappen. Hier werkten technici, ambachtslieden en wetenschappers samen. Publicaties waren in volkstaal geschreven.

http://gs-tijdvakken.webklik.nl/page/tijdvak-5

6. Tijd van regenten en vorsten (Gouden Eeuw): 1600-1700

1601 - 1700

Verplaatsing van macht. Lang had de kerk de macht maar nu was het de tijd dat de burgers mochten heersen.

Vorsten streven naar absolute macht, adel, burgerij, Republiek der zeven verenigde Nederlanden.

Dit betekent voor Nederland (Republiek der zeven verenigde Nederlanden) grote welvaart, voorspoed en productiviteit.

De Verenigde Nederlanden hadden een sterke positie in politieke en militaire macht. Vooral ter zee. Het oprichten van het VOC in 1602 wordt als het begin van de Gouden eeuw gezien voor Nederland. Na het vrijvechten van het Spaanse gezag ontstaan handelsverdragen, slavernij, kolonies waarvan de rijkdommen naar Nederland worden gehaald.Protestanten dragen aan dat de bijbel geïnterpreteerd wordt naar het geweten van de mens zelf alhoewel het nog steeds onmogelijk wordt gemaakt om vormen van eigen religie openlijk te belijden.

De Republiek ontstaat en Den Nederlanden valt uiteen in Brabant en Vlaanderen. Vernieuwing in tuin- en landbouw zorgde voor goede opbrengsten. Voorbeelden zijn afwateringen en droogmakerijen. De uitvinding van de windmolens zorgde voor een toename in de hout- en graanproductie (houtzagerijen en graanmalen).

Als geschenk voor het ontzet Leiden richt Willem van Oranje de Leidse universiteit wat de geschooldheid van Nederland ten goede komt. Dit is uiteindelijk een ontmoetingsplaats voor intellectuele ruimdenkende, verdraagzame denkers uit heel Europa.

In deze periode wordt de grens verlegd van het niet naar het heelal durven kijken en het als goddelijke zaken zien naar het werkelijk waarnemen en bestuderen van de hemellichamen. Er wordt voor het eerst door een telescoop gekeken en onder andere de "Dwaalsterren" worden bestudeerd en de positie van de Aarde in het heelal verandert.

Bron: https://www.tijdvakken.nl/

7. Tijd van pruiken en revoluties (Verlichting): 1700-1800

1701 - 1800

Rationeel optimisme, verlicht denken, Ancien Régime, plantage koloniën, slavenhandel, democratische revoluties, grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap, wetenschappelijke revolutie.

Revolutionaire ideeën over ideale maatschappijen hadden veel invloed van uit Frankrijk en Engeland. Filosofen deden gedurfde uitspraken en er werd publiekelijk naar geluisterd.

In de wetenschap werden veel spectaculaire ontdekkingen gedaan. Ook ontdekte men dat veel zaken aan natuurwetten voldoen. Er ontstaat een nieuwe stroming geleerden: "Observatie-Empirie-Logica" is een methode die toe gepast wordt door een grote groep geleerden niet alleen op de natuur maar op allerlei zaken. Er is groot vertrouwen in rationeel denken.

De Vorsten verbeterden hun bestuur onder invloed van verlichte ideeën maar hielden wel de macht in handen. Er is de mening dat er meer gebruik gemaakt moet worden van rede en het gezond verstand. Meer vrijheid en gelijke rechten voor iedereen draagt bij aan een betere samenleving.

Bron: https://www.tijdvakken.nl/

8. Tijd van burgers en stoommachines (industrialisatie): 1800-1900

1801 - 1900

Vertraging in wetenschapsontwikkeling, fabrikanten bevorderen technische ontwikkelingen en het wordt mogelijk om patent aan te vragen.

De toepassing van kennis kwam langzaam op gang. Ontzag voor Newton weerhield velen ervan zich te begeven op zijn terreinen en zijn onjuistheden werden als waar aangenomen.

Er was wel veel vooruitgang op het gebied van elektriciteit en magnetisme, dat zorgde voor technische toepassingen. Kooplieden (die eerst wetenschap steunden voor de ontwikkeling van handel), werden minder ondernemend en wilden veiliger werken. De fabrikanten bevorderden in deze eeuw de technische ontwikkelingen. Landbouw- en fabrieksmethoden werden verbeterd en gemechaniseerd, de steenkoolindustrie werd snel uitgebreid, transportmethoden verbeterden en de voedseleconomie werd een energie-economie.

Het werd mogelijk om patent aan te vragen op uitvindingen. Het werd daardoor aantrekkelijker voor ambachtelijke uitvinders om tijd en kapitaal te steken in een uitvinding. Er was intensief contact tussen fabrikanten, wetenschappers en ingenieurs. Het patent zorgde echter ook dikwijls voor vertraging in de ontwikkeling van bepaalde producten.

Bron: https://www.tijdvakken.nl/

9. Tijd van de wereldoorlogen (eerste helft twintigste eeuw): 1900-1950

1901 - 1950

Wereldoorlogen

Economische wereldcrisis, universiteiten, imperialisme, sociale onrust en Wereldtentoonstellingen, oorlogen en sterk groeiende automatisering, eerst in industrie, later ook op kantoren.In de 19e eeuw werden in Duitsland universiteiten opgericht die een sterke band hadden met de industrie, wat zorgde voor een sterke opleving van de chemische industrie.

Veel firma's groeide uit tot multinationals. Met hun behoefte aan grondstoffen en afzetmarkten vormden zij de basis van het Westerse imperialisme. Snellere communicatie werd door toenemende internationalisering van handel en industrie nodig.

De industrialisatie bracht rivaliteit tussen Europese landen, met wereldoorlogen tot gevolg. Ook bracht het sociale ellende en onrust met zich mee.
Er werden geregeld handelstentoonstellingen georganiseerd, waar uitvinders en fabrikanten de mogelijkheid kregen hun producten te tonen.

Bron: https://www.tijdvakken.nl/

10. Tijd van televisie en computer (tweede helft twintigste eeuw): 1950-nu

1951 - Present

De elektronica komt op. De nadruk komt steeds meer te liggen op informatie en communicatie.

De Tweede Wereldoorlog is van groot belang geweest in deze periode. Het bewijst dat wetenschappelijke kennis snel kan leiden tot technische toepassingen als onderzoek sterk gericht en goed georganiseerd is. Daarnaast zorgde de oorlog voor concurrentie: de wil om sneller dan de tegenstander te zijn in de ontwikkeling van o.a. radar en de atoombom.

Het verschil tussen stad en dorp vervaagt door betere transportmogelijkheden (fiets, openbaar vervoer, auto). Locale productie wordt steeds minder belangrijk door zeevaart en luchtvaart. Mensen werken steeds meer in industrie, administratie en dienstverlening i.p.v. op het platteland. De mens beschikt over meer vrije tijd door automatisering.

Geautomatiseerde handelingen worden via elektronische regelsystemen uitgevoerd. Deze zijn sneller, nauwkeuriger, verbruiken minder energie en vertonen minder slijtage dan mechanische regelsystemen.

Maar: grondstoffen nemen af in voorraad en er is sterke milieuverontreiniging.

Bron: https://www.tijdvakken.nl/

Uitvindingen

Pottenbakkers

7000 BC

POTTENBAKEN Voor het bakken van potten is beheersing van vuur nodig en zodra dat er eenmaal was zijn mensen begonnen met potten bakken. Zo’n 13.000 jaar voor Christus verhitte men vormgegeven klei in een open vuur. Deze potten waren bruikbaar maar niet waterdicht en erg breekbaar. In Japan zijn restanten van gebakken potten gevonden van meer dan 15.000 jaar oud. Vanaf ongeveer 6500 voor Christus werd geprobeerd deze potten waterdicht te krijgen met een laagje slib en werden ze versierd. De potten van toen waren niet mooi rond aangezien ze met de hand werden gemaakt. Dit veranderde met de uitvinding van de pottenbakkersschijf. In het begin (rond 3500 voor Christus) waren dit draaitafels bestaande uit een ronde steen die met de hand in beweging werd gebracht. Al snel verzon men een methode waarbij men de handen vrij had om potten te kunnen vormen en de draaischijf met de voeten aan te drijven. De pottenbakkersschijf die we nu nog steeds kennen werd een feit. Rond dezelfde tijd werd ook een pottenbakkersoven uitgevonden. Deze werd met steenkool gestookt, waarna hete lucht door de potten omhoog werd geblazen. Er werden vele potten tegelijk in de ovens gebakken omdat het een kostbare zaak was deze te stoken. Deze potten werden heter gebakken en waren dus een stuk steviger dan hun voorgangers.

Bron: http://www.geschiedenisportaal.nl/v2/2013/08/08/boeren-in-de-steentijd/

Meetkunde

Approx. 4000 BC

Elke cultuur heeft praktische behoeften die te maken hebben met stelsels van maten en gewichten, landmeten, constructies, tijdmeting, e.d. Maar verder dan een beschrijving van hoe dergelijke berekeningen konden worden gemaakt gingen de wetenschappers uit die tijd niet. Met name het moment dat mensen zich land begonnen toe te eigenen werden landkaarten op schaal gemaakt om alles zo nauwkeurig mogelijk vast te leggen.

Het schrift

Approx. 3500 BC

De uitvinding van het schrift was een lang(zaam) proces dat eeuwen in beslag nam. Maar de resultaten waren er ook naar: een radicale nieuwe manier van communiceren tussen mensen in verschillende gebieden en tijden

Bron: https://ifthenisnow.eu/nl/gebeurtenissen/de-uitvinding-van-het-schrift

Wagens met wielen

3500 BC

De eerste wagens met wielen verschenen. Later ging met lagers gebruiken voor strijdwagens.

Bron: reader geschiedenins van Natuurwetenschap en Techniek

Ontdekken van metalen

3200 BC

Het delven en verhitten van ertsen leverde verschillende metalen op zoals: Koper, Tin en Ijzer

Als eerst ontdekte men het metaal Koper. Omdat dit niet zo sterk was voor werktuigen ging men dat mengen met Tin waardoor Brons ontstond. Veel later stuitte men op ijzer wat veel sterker was maar in het begin nog niet goed handelbaar omdat de temperaturen nog niet hoog genoeg bereikt konden worden.

Bron: https://geschiedenisweb.wordpress.com/de-metalen/

Brons

3000 BC

Een legering van tin en koper is het eerste metaal dat sterk genoeg is om gereedschappen en wapen van te maken.

Ijzer

2000 BC

De eerste ijzeren voorwerpen dateren uit ongeveer 1300 v. Chr. Deze werden gemaakt van meteoritisch ijzer. Dit ijzer was uitermate zeldzaam, maar wel in ongeoxideerde, zuivere vorm beschikbaar. IJzer is zachter dan brons, dus dit metaal werd in de bronstijd vooral voor siervoorwerpen gebruikt.

Een hypothese waarom men op een bepaald moment van brons overging naar ijzer is dat de invoer van tin in het mediterrane gebied stil kwam te liggen. Hierdoor moesten metaalwerkers noodgedwongen overschakelen op andere bronnen van metaal. Lage kwaliteit ijzer uit erst waar je eerst uren op moest hameren om alle steenresten er uit te bikken werd toen een levensvatbaar alternatief. Toen tin weer beschikbaar werd was de ijzerproductie al zo ver dat er zelfs al stalen voorwerpen beschikbaar waren. De behoefte aan brons kwam nooit meer op gang.

Houtbewerking

2000 BC

Houtbewerking in de vorm van gepunte stokken is zo oud als de mens. In de meer conventionele huidige betekenis, zoals zagen, houthakken et cetera, is houtbewerking enige duizenden jaren oud.

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Houtbewerking

Papier

2000 BC

Omdat koninkrijken steeds groter werden en de administratie niet meer bij te houden was op kleitabletten alleen moesten de bewoners van de bronstijd op zoek naar iets handigers. Een stof van geweven papyrus-stengels bood uitkomst: papier. Vrijwel gelijktijdig werd ook het perkament uitgevonden. Dit had dezelfde functie als papyrus, maar duurde langer om te maken uit dierenhuid. Het ging wel langer mee, maar was ook veel duurder.

Techniek in de klassieke cultuur

1500 BC

Griekse wiskunde ging met Egyptisch-Syrische techniek samen en leverde toepassingen van het rotatieprincipe (molens, persen, katrollen en windassen), hydraulische en pneumatische machines (stuwen en pompen) op.

Scheepsbouw

1500 BC

Omdat de Babyloniërs aan de rivieren gevestigd was handel over het water een voor de hand liggende mogelijkheid.

Ze hadden exportproducten waarmee ze over het water voeren. Dit was ook een aanleiding voor het begin van navigatie aan de hand van de sterrenhemel en dus astronomie.

Ze gebruikten zeilen om energie "op te vangen"

Alfabet

800 BC

De Egyptenaren hadden een schrift gebaseerd op hieroglyphen: symbolen die bepaalde woorden voorstelden. De Grieken namen een andere keuze door rond 800 v. Chr. symbolen te ontwikkelen die een klank voorstelden. Dit is de uitvinding van het alfabet waarmee je door het gebruik van 26 tekens alle woorden kunt opschrijven.

Bron: Cross, "The Development of the Greek ....of the ANE", University of Calgary, 2009

Het waterrad

350 BC

Naarmate de technologie van het wiel en de bewerking van hout verbeterden, begonnen mensen houten machines te maken. Een van de vroegste toepassingen is het waterrad. Hierbij maakt de machine gebruik van de energie van stromend water om een beweging te genereren, bijvoorbeeld voor het malen van graan.

Bron: Reynolds, Terry S. Stronger than a hundred men: a history of the vertical water wheel, 2002.

Eureka

250 BC

Archimedes ontdekt de opwaartse druk, terwijl hij een bad neemt

Bron: 1001 dagen die onze wereld veranderd hebben. Peter Furtado, 2009.

Hefbomen en katrollen

213 BC

Behalve het ontdekken van de opwaartse kracht van een lichaam dat ondergedompeld is in water had hij nog meer uitvindingen. Waaronder hefbomen en katrollen. Deze praktische toepassingen waren voor zijn tijdgenoten erg belangrijk. Hij verklaarde ook de principes van de takel, windas, wig en de schroef en vond een manier om het zwaartepunt van een lichaam vast te stellen. Ook ontwikkelde hij een "afweergeschut" voor schepen dat met spiegels en zonlicht de schepen in brand deden zetten met geconcentreerd zonlicht.

Algebra

800

De Arabische beschaving ontdekt de oude wiskunde van de Grieken en de Mesopotamiërs. Door variabelen toe te voegen aan deze kennis is uiteindelijk de algebra ontstaan.

Het astrolabium

833

De oudst bestaande Arabische handleiding voor een astrolabium werd in Bagdad geschreven door Ali ibn Isa, een van de astronomen van Kalief al-Mamun (833 na Chr.).

De bloeiperiode van de islamitische sterrenkunde lag tussen de 8e en de 11e eeuw na Chr.

De sterrenkunde neemt een belangrijke plaats in in het Islamitische geloof. De tijdstippen van de vijf gebedsrituelen die elke dag herhaald moeten worden worden bepaald aan de stand van de zon ten opzichte van de horizon. Het Astrolabium is hier een veel gebruikt instrument voor. Tevens kan het de hoogte van sterren aan de horizon bepalen.

Bron: https://www.nemokennislink.nl/publicaties/het-astrolabium/

Lenzen

1000

De Arabieren gingen verder waar de Romeinen gebleven waren. De Arabische wetenschapper Alhazen schreef een standaardwerk over lenzen: de "Opticae Thesaurus". (the book of optics)

Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Book_of_Optics

Het kompas

1182

Het kompass is herontdekt in 1182 in Europa voor gebruik bij de scheepvaart.
Ondanks dat de Europeanen beweerden het kompas te hebben ontdekt, komt het eerst gebruik voor tijdens iese sprookjes rond het jaar 200. . De Chinezen gebruikten het magnetisch kompas voor zeereien in de 11e eeuw.

Bron: https://www.thoughtco.com/middle-ages-timeline-1992478

De drukpers

1440

Johannes Gutenberg was een Duits drukker die geldt als de uitvinder van de boekdrukkunst in Europa.

De blokdruk bestond al langer, waarbij een hele bladzijde uit één blok werd vervaardigd. Als zo'n bladzijde achteraf moest worden gecorrigeerd dan moest er een heel nieuw blok worden gesneden.

Gutenbergs gebruikte losse letters. Door Gutenbergs vinding werden correctie en redactie gemakkelijker en goedkoper.

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Johannes_Gutenberg

Aerodynamica

1482

De term "renaissancemens" zou speciaal voor Leonardo da Vinci bedacht kunnen zijn.

Behalve de Mona Lisa en beeldende kunst waar hij zich het liefst mee bezig hield had hij geen keus om voor de Hertog van Milaan te werken. Hij moest verplicht wapentuig bedenken. Zo ontwierp hij onder andere katapulten en projectielen, bruggen, irrigatiekanalen, kruisboog, en architectuur. Hij maakte ook schetsen van onder andere: handgranaten, mortieren, machinegeweren, helikopter, fiets, tank en zelfs een onderzeeër. Hij had ook voortreffelijk inzicht in hefbomen en takels waardoor hij hijskranen kon ontwikkelen.

Bron: Quantumsprongen, auteur Jon Balchin

telescopio de Galileo

1564 - 1642

Galileo Galilei wordt over het algemeen beschouwd als de uitvinder van de telescoop. Zijn versie bestond uit een positieve en een negatieve lens. Hiermee kon hij nauwkeurig de hemel observeren en in kaart brengen. Kepler verbeterde dit ontwerp door twee positieve lenzen te gebruiken. Galilei ontdekte dat de zon in het midden van ons zonnestelsel stond.

Bron: http://www.nasa.gov/audience/forstudents/9-12/features/telescope_feature_912.html

Gietijzer

1600

De Chinezen beschikten in de vijfde eeuw v. Chr. al over ovens die heet genoeg waren om ijzer te smelten. De Mongolen en de Russen namen deze techniek over. Maar er ontstond pas een markt voor gietijzer met de uitvinding van het kanon. Daarom kwam in Europa de productie van gietijzer pas echt op gang in de zeventiende eeuw.

Bron: The History of Stainless Steel. Harold M. Cobb, 2010

Gas en vloeistofleer

1644

Torricelli, een leerling van Gallilei beschreef de baan van waterstralen uit fonteinen en maakte daarbij gebruik van de grootheid "druk". Hij beredeneerde dat gassen ook konden stromen en verklaarde de wind als luchtstromen tussen gebieden van verschillende druk. Hij bewees zijn stelling door de barometer uit te vinden. Pascal veralgemeniseerde Torricelli's werk zodat deze beter aansloot bij het werk van Newton.

Bron: Galileo Galilei - When the World Stood Still. Atle Naess, 2006

Vacüumpomp

1659

Boyle werkt ook samen met Robert Hooke en ze ontwikkelen een vacuumpomp. Tevens wordt bewezen dat verschillende massa's in een vacuüm even snel vallen.

Bron: Robert Boyle: Pioneer of Experimental Chemistry. Mary Gow, 2005

De slingerklok

1665

Huygens kwam op het idee om een slinger te gebruiken om de tijd bij te houden.

Bron: https://www.timecenter.com/articles/christiaan-huygens-and-the-pendulum-clock-by-timecenter/

Newton Spiegelmicroscoop

1668

NEWTON'S SPIEGELTELESCOOP
Telescopen met twee lenzen geven veel chromatische aberratie: het beeld is anders voor verschillende kleuren licht. Om dit probleem op te lossen introduceerde Isaac Newton de reflectietelescoop, bestaande uit een positieve lens en een spiegel. Dit gaf een nog beter beeld van de sterrenhemel.

Bron: http://www.nasa.gov/audience/forstudents/9-12/features/telescope_feature_912.html

De microscoop

1674

Antonie van Leeuwenhoek wordt beschouwd als de grondlegger van de microbiologie. Hiervoor ontwikkelde hij een microscoop die een vergroting van 200* kon bereiken.

Bron: http://www.history-of-the-microscope.org/anton-van-leeuwenhoek-microscope-history.php

Deeltjesdualiteit

1678

Golf of deeltje?
Een eerste aanzet tot de ontwikkeling van de theorie werd gegeven door Max Planck. Hij ontdekte dat de energie van elektromagnetische golven (waar bijvoorbeeld het zichtbare licht een vorm van is) niet continu is, maar discreet. Dit betekent dat die energie niet elke willekeurige waarde kan aannemen, zoals de uurwijzer op je horloge, maar dat ze zich stapsgewijs gedraagt, zoals de meeste secondewijzers: ze is altijd een veelvoud van een vaste hoeveelheid.

Bron: https://www.natuurkunde.nl/artikelen/986/quantummechanica-info

Principia

1686

Newton introduceert zijn boek Principia. Hierin worden de banen en bewegingen van de planenten beschreven en zijn ontdekkingen aan gravitatie.

Deze gravitatiewet stelde dat alle materie andere materie aantrek met een kracht die evenredig is met hun massa's en omgekeerd evenredig met het kwadraat van hun onderlinge afstand. Hiermee kon Newton de elliptische banen van Kepler verklaren waarin hij was uitgedaagd door Edmund Haley in 1684.

Bron: Het verhaal van de westerse wetenschap: van Aristoteles tot de oerknaltheorie. Susan Wise Bauer, 2015

Stoommachines

1712

De eerste stoommachines bestonden al in de bronstijd, maar zijn nooit een commercieel succes geworden. Het was de enorme vraag naar krachtige pompen voor de mijnbouw in de negentiende eeuw die het geld en de middelen beschikbaar maakten om eerdere ontwerpen te combineren in een werkbare vorm. Thomas Newcomen bouwde een dergelijke machine voor de mijnen in Cornwall. En hoewel dit apparaat vreselijk duur was vond het gretig aftrek, omdat het de mijnwerkers in staat stelde tot op grote diepte te werken. Toen dit apparaat eenmaal een voet aan de grond kreeg begon het tijdperk van de stoommachine, dat we ook wel kennen als de industriële revolutie.

Bron:

Kwikthermometer

1714

Gabriel Fahrenheit bedacht de kwikthermometer die voor doorbraak in de temperatuurmeting zorgde.

Gabriel Fahrenheit verbeterde de alcoholthermometer die veel onnauwkeuriger was dan zijn ontwikkelde kwikthermometer. Hij bedacht ook een schaalverdeling voor de temperatuur.

De Zweed Anders Celsius paste de schaal aan uitgaand van de faseovergangen van water. Hij koos voor kokend water 0 graden en voor smeltend water 100 graden.

Later werd de schaal omgedraaid.

Bron: https://historiek.net/gabriel-fahrenheit-uitvinder-van-de-kwikthermometer/43973/

Industriele revolutie

1760 - 1840

Met de uitvinding van de stoommachine kwam de grote industrie op. Fabrieken op stoom brachten een enorme productie van goederen op gang, en de uitvinding van landbouwmachines maakte het werk in de landbouw stukken minder intensief. Urbanisatie was het gevolg. Om al die producten af te nemen was er een afzetmarkt nodig, en maar weinig industriëlen waren bereid om hun arbeiders voldoende uit te betalen dat ze zelf ook daadwerkelijk al die nieuwe producten konden kopen. Kenmerkend voor het industriele tijdperk is dat werknemers geen zeggenschap hebben over de productie. Ze bepalen niet wat ze maken of hoe duur dit is. In deze situatie werden Klassentegenstellingen steeds scherper. Opstanden en stakingen kwamen regelmatig voor.

De stoomboot

1787

Wat de locomotief op het land is is de stoomboot op het water.
In het eerste patent, werd door Jonathan Hull genomen. Hierbij werd de stoomboot als sleepboot beschreven die zeilschepen tegen de wind in kon vervoeren

Bron: Het boek der uitvindingen, ambachten en fabrieken: Deel 1,2 De merkwaardigste uitvindingen als: de geschiedenis van het papier, de boekdrukkunst, de natuurzelfdruk ... [etc.], Volume 1

Het metrieke stelsel

1799

Een metriek stelsel of metrisch systeem is een systeem van uniforme standaardeenheden voor het meten van bijvoorbeeld afstand, gewicht en temperatuur. De invoering van het metriek decimaal stelsel was een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de Franse Revolutie en het napoleontisch tijdperk. Vóór de invoering van het metrieke stelsel werden verschillende maten gebruikt in verschillende landen en zelfs in verschillende delen van een land.

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Metriek_stelsel

De stoomtrein

Approx. 1800

In 1804 lukte het de Engelsman Richard Trevitchik om een stoommachine op rails te bouwen:
de allereerste stoomlocomotief. Hij werkte alleen nog niet zo goed. Dat duurde tot 1829,
toen George Stephenson the Rocket bouwde. Hij won er een prijsvraag mee. Al snel reden er
locomotieven van Stephenson door Engeland, met personenrijtuigen erachter


Atoomtheorie

1803

In 1803 ontdekte John Dalton dat gassen zich gedragen als een mechanisch systeem van door elkaar stuiterende deeltjes. Hieruit leidt hij af dat materie niet oneindig deelbaar is, maar dat er zoiets als "atomen" bestaan. Hij stelt dat sommige gassen bestaan uit samengestelde atomen. Hij maakt een begin met het indelen van deze atoomsoorten (zeg maar elementen) aan de hand van hun atomaire massa.

Elektromagnetisme

1820

De Franse natuurkundige André-Marie Ampère wordt beschouwd als de grondleger van de elektriciteitsleer. Hij legde als eerste het verband tussen elektriciteit en magnetisme. De eenheid van stroomsterkte, ampère, en de Wet van Ampère zijn naar hem vernoem

Bron: https://historiek.net/andre-marie-ampere-ontdekker-van-het-elektromagnetisme/459/

Elektromotor

1834

Al in 1821 ontwikkelde hij de elektromotor, nadat hij de elektromagnetische rotatie had ontdekt. Faraday bouwde met zijn elektromotor voort op de eerdere ontdekking van Hans Cristian Oersted, deze had ontdekt dan een elektrische stroom de richting van een kompasnaald kon beïnvloeden. Faraday heeft met een experiment aangetoond dat een metaaldraad waar een elektrische stroom doorheen liep, ging draaien rond een vaste magneet en dat andersom de magneet ging ronddraaien als het experiment werd omgedraaid. Hieruit begreep Faraday dat elektriciteit opgewekt kon worden door een magnetische beweging, het heeft hem echter nog ongeveer tien jaar geduurd voordat dit hem ook echt lukte en hij het kon bewijzen.

In 1831 slaagde Faraday erin om constante elektrische stroom te produceren door een koperen schijf te laten roteren tussen verschillende polen van een magneet. Deze ontdekking stelde Faraday in staat om de elektrische generator, de transformator en de dynamo te ontwikkelen.

Bron: Geschiedenis van Europa 1800-1900. Karsten Alnaes, 2011.

Fotografie

1851

Sinds de ontdekking van de lens zijn camera's met lenzen in gebruik. Met de ontdekking van de optica in West-Europa maakten schilders dankbaar gebruik van de camera om hen bij hun werk te ondersteunen. Het is typisch dat de ontwikkeling van de optica gepaard ging met een enorme vooruitgang in de schilderkunst. Nederland was op beide gebieden koploper in de zeventiende eeuw. Probleem is altijd geweest om dit geprojecteerde beeld vast te leggen. Via een aantal tussenstappen kwam Frederick Scott Archer uiteindelijk op het idee van een glasplaat met zilverchloride. Onder invloed van licht raakte het zilver los van het bromide en bleef achter op de plaat. Tot de uitvinding van de fotochip bleef dit het principe van fotografie.

Bron: http://inventors.about.com/od/pstartinventions/a/stilphotography.htm

Periodiek systeem

1869

Het periodiek systeem werd door Mendelejev ingevoerd. Ook had de scheikunde een wetenschappelijke basis gekregen door de atoomtheorie.
en. Het periodiek systeem voorspelde het bestaan van allerlei elementen die tot dan toe nog niet bekend waren. Het maakte dat scheikundigen gericht op zoek konden naar deze elementen.

De gloeilamp

1878

De gloeilamp is op meerder plaatsen tegelijk uitgevonden en eigenlijk overal meteen een commercieel succes geworden. De bekendste exploiteurs van de gloeilamp zijn Tungsten en General Electric. Rond 1880 kwam de productie snel op gang. Het gebruik van gloeilampen veranderde de structuur van gebouwen, omdat deze niet meer afhankelijk waren van daglicht van buiten.

Bron:

De verbrandingsmotor

1885

et principe achter de verbrandingsmotor al langer bekend. De oudste tot dusver teruggevonden vermelding stamt uit 1206 en staat in het 'Boek van kennis van ingenieuze mechanische apparaten' geschreven door de Arabische uitvinder Al-Jazari. Het betreft hier een motor die was voorzien van een krukas.
De Zwitserse uitvinder François Isaac de Rivaz kwam in 1806 wél tot een motor die werkte. Als brandstof gebruikte hij een mengsel van waterstof en zuurstof. Een jaar later had hij om zijn motor al een houten auto gebouwd. In 1867 bouwde Otto een atmosferische gasmotor.

Bron: Sapiens: een kleine geschiedenis van de mensheid, 2014. Yuval Noah Harari.

Wisselstroom

1888

Met de ontdekking van magnetische inductie en de dynamo was wisselstroom een feit. Probleem was echter dat deze stroom zich fundamenteel anders gedroeg als gelijkstroom uit een batterij. Nikola Tesla vond een motor op wisselstroom uit en bewees daarmee dat wisselstroom minstens net zo praktisch was als gelijkstroom. Het feit dat je wisselstroom makkelijk omhoog en omlaag kunt transformeren maakt ook dat je het makkelijk over grote afstanden kunt transporteren via leidingen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat wisselstroom de wereldwijde standaard werd voor de huisinstallatie.

Röntgenstraling

1895

In 1895 ontdekte Wilhelm Conrad Röntgen (1845-1923) min of meer bij toeval de later naar hem genoemde röntgenstraling ontdekte. In 1895 werkte
Röntgen aan stroomgeleiding door gassen bij een lage druk, een onderwerp dat in die tijd erg in de belangstelling stond. Het apparaat waarmee hij deze experimenten deed, bestond uit een glazen buis met aan de ene kant als kathode een gloeidraad en aan de andere kant als anode een metalen plaatje.
In 1901 ontving Röntgen voor zijn ontdekking de eerste Nobelprijs voor natuurkunde.

Bron: https://stralenpracticum.nl/wp-content/uploads/sites/71/2016/01/website_info_ontdekking.pdf

Het vliegtuig

1903

De eerste gemotoriseerde vluchten met volledige controle door een richting- en hoogteroer worden gemaakt door de gebroeders Wright in 1903.

De langste vlucht duurde 59 seconden, waarbij 260 meter werd afgelegd. Dit vliegtuig, de Flyer I, was voorzien van een 12 pk watergekoelde benzinemotor die twee propellers aandreef via kettingen.

De eerste vrije helikoptervlucht werd gemaakt in 1907 en bereikte een hoogte van 30 cm boven de grond.

Bron: http://www.wright-brothers.org/History_Wing/Wright_Story/Wright_Story_Intro/Wright_Story_Intro.htm

Radioactiviteit

1903

Marie Curie schreef haar doctoraalscriptie over de straling die uranium afgaf. Ze kwam tot de conclusie dat deze straling een eigenschap was van het uraniumatoom. Ook ontdekte ze het element radium, dat nog veel radioactiever was. Hiermee zette ze het begin van een onderzoekscarriere naar radioactiviteit. Haar man Pierre hield zich bezig met elektriciteit, maar voegde zich al snel bij het onderzoek van zijn vrouw. In 1903 krijgt het duo een nobelprijs.

Bron: http://www.sciencemuseum.org.uk/onlinestuff/stories/marie_curie_and_the_history_of_radioactivity.aspx

Atoommodel van Bohr

1913

In 1913 werd hij in een keer wereldberoemd. Hij publiceerde toen namelijk een theorie waarin hij de opbouw van atomen beschreef. Deze atoomtheorie van Bohr kwam twee jaar nadat Rutherford in Manchester de atoomkern had ontdekt. Met name dankzij zijn atoomtheorie wordt de Deen gezien als één van de grondleggers van de atoomfysica.

Bron: https://historiek.net/niels-bohr-deense-natuurkundige/18766/

Antibiotica

1921

Het was de Schotse Bioloog Fleming die de werking van het antibioticum penicilline beschreef en daarmee een zoektocht naar andere antibiotica ontketende. Antibiotica zijn tot op de dag van vandaag het belangrijkste middel tegen infectieziekten door bacteriën. De praktische toepassing van antibiotica leert dat bacteriën vrij snel resistentie opbouwen. Dit is een keiharde bevestiging van het mechanisme van natuurlijke selectie in de evolutietheorie.

Kernsplijting

1937 - 1956

Kernsplijting
In 1937 vindt voor het eerst splijting van atoomkernen plaats door onderzoek naar de aard van radioactieve straling en de samenstelling van atoomkernen. Dit onderzoek is gesteund door de kwantumtheorie en relativiteitstheorie. In 1938 werd duidelijk dat meerdere neutronen moesten vrijkomen, waarmee een kettingreactie kon worden geactiveerd, die heel veel energie deed vrijkomen (in de vorm van een explosie).

De VS probeerde de Duitsers voor te zijn in de ontwikkeling. Prominente wetenschappers verlieten Duitsland en de nazi’s gaven minder prioriteit aan dit onderzoek. In 1945 kwam de eerste kernbom tot ontploffing in de woestijn in New Mexico.

Ontwikkeling van radar

1940 - 1945

Ontwikkeling van radar door de Engelsen om de Duitse luchtaanvallen af te weren.

Dit was mogelijk omdat golflengten steeds kleiner waren geworden en dus beter gericht en gereflecteerd konden worden.

De magnetron wordt uitgevonden in 1940 als krachtige bron van centimetergolven. De magnetron zoals wij hem kennen, is pas in de eind jaren veertig ontwikkeld door een Amerikaanse firma.

Kernenergie

1951

Na de Tweede Wereldoorlog was de nucleaire technologie wel aan een beter imago toe. In de VS bouwt met de eerste kernreactor in 1951 en in Rusland in 1954. In 1953 lanceert Dwight Eisenhower het "Peaceful Atom"-project dat ook tot doel heeft om door het hele land nucleaire centrales te bouwen. De eerste Russische kerncentrale heet "Mirniy Atom", hetgeen ook "vreedzaam atoom" betekent. Tegenstanders van kernenergie beweren tot op de dag van vandaag dat deze energievorm geen serieuze concurrentie met andere technologie vormt en alleen dient als schaamlap voor het maken van een atoombom. In de diplomatie geldt deze opvatting als waar, getuige de perikelen rond het Iraanse nucleaire programma in 2015.

http://www.world-nuclear.org/info/Current-and-Future-Generation/Outline-History-of-Nuclear-Energy/

Bron:

Transistor

1956

Alessanro Volta ontdekte al dat zilveroxide een lagere weerstand kreeg bij een hogere temperatuur. In 1867 ontdekte Willoughby Smith dat selenium een lagere weerstand kreeg onder invloed van licht. Naarmate de theorie over hoe het atoom in elkaar stak en de rol van elektronen daarin steeds verder ontwikkelde werd ook de werking van dit soort halfgeleiders duidelijk. De diode werd uitgevonden in 1938 en na de oorlog vond het Amerikaanse uitvinderstrio Hockley, Bardeen en Brattain de transistor uit. De uitvinding van de transistor gaf een enorme boost aan de elektronica die het tot dan toe met relais' en elektronenbuizen had moeten doen.

Bron: Łukasiak, Lidia, and Andrzej Jakubowski. "History of semiconductors." 2010)

Chips

1960

Eerste IC's (geïntegreerde schakelingen) worden ontwikkeld. Een complete schakeling wordt mogelijk op een chip van enkele vierkante millimeters.

Door toenemende miniaturisatie kunnen beelden en geluid digitaal worden vastgelegd en getransporteerd (cd en video). Een cd-speler werk met een laser (Einstein, 1917).

Personal computers

1981

Met de uitvinding van de transistor was de stap naar de microchip snel gemaakt. Deze chips werden snel, goedkoop en op grote schaal gemaakt. Dit maakte computers kleiner en uiteindelijk ook goedkoper. Zo goedkoop, dat de firma xerox eind jaren 70 de eerste personal computer op de markt bracht. IBM volgde snel daarop en maakte een keuze die het bedrijf tot op de dag van vandaag de grondlegger van de pc maakte: het gaf andere bedrijven de mogelijkheid om op hun werk voort te borduren. Alle computerbedrijven legden vervolgens het loodje of sloten zich aan bij de IBM standaard. De enige uitzondering hierop is Apple, dat tot op de dag van vandaag een eigen processor en besturingssysteem hanteert.

Het internet

1991

Het concept van het www is ontwikkeld vanaf 1989 door Tim Berners-Lee, een softwareontwikkelaar van de gebruikersondersteuningsafdeling van CERN, het Europese instituut voor kernfysica in Genève, en diens projectmanager Robert Cailliau. Doel van het www was om de informatie-uitwisseling te vergemakkelijken tussen de wetenschappers die samenwerken in de veelal internationale projecten van CERN.

Bron: https://www.google.nl/search?biw=1388&bih=695&tbm=isch&sa=1&ei=oJVLWorzIcTTsAeE4piQAg&q=relativiteitstheorie&oq=relativiteits&gs_l=psy-ab.1.0.0l3j0i30k1l2j0i5i30k1l2j0i24k1l3.57635.59267.0.61219.13.12.0.1.1.0.96.829.12.12.0....0...1c.1.64.psy-ab..0.13.832...0i67k1.0.tIXoV7neEfM#imgrc=CbaSXXtB2yM6iM:

Relativiteitstheorie

2000

Naarmate de technologie en de wetenschap verder ontwikkelde, kwamen de grenzen van de klassieke mechanica in zicht. De afbuiging van licht en het gedrag van deeltjes bij grote snelheden konden niet meer allemaal verklaard worden vanuit de wetten van Newton. Albert Einstein ging in een serie gedachteexperimenten op zoek naar de grenzen van de klassieke natuurkundige modellen en kwam op basis hiervan uit op de relativiteitstheorie. Kortweg komt die er op neer dat tijd en ruimte van elkaar afhankelijk zijn en onder invloed van massa kunnen worden gebogen.

Belangrijke ontdekkingen en personen in de geschiedenis van de Quantum Mechanica

Bij de quantum mechanica is niet een enkele persoon aan te wijzen als grondlegger. Grote namen zijn Erwin Schrödinger, Werner Heisenberg, Max Born en Paul Dirac, maar er waren vele anderen en geen van allen kon in zijn eentje met alle eer strijken.

Ontdekking van het foto-elektrisch effect

1887

Hertz ontdekt het foto-elektrisch effect.
Dit was een bevestiging van de theorie van het elektromagnetisme die eerder door James Clerk Maxwell was opgesteld. Maxwell had voorspeld dat elektrische en magnetische krachten worden overgebracht door een elektromagnetisch veld, en dat licht niets anders is dan een golf in dit elektromagnetische veld. Uit de experimenten van Hertz bleek nu dat het licht inderdaad in staat is om energie over te dragen aan elektrisch geladen deeltjes - elektronen.
De onzichtbare elektromagnetische golven van Maxwell bleken inderdaad te bestaan.

Bron: http://www.quantumuniverse.nl/quantumfysica-1-het-foto-elektrisch-effect

Ontdekking Planck constante

1900

Planck ontdekte dat het probleem met alle bestaande modellen was dat erin werd aangenomen dat de energie in het licht in willekeurige hoeveelheden kon voorkomen. Hij stelde een model op waarin licht alleen in kleine pakketjes - de inmiddels bekende quanta - kon voorkomen.
Overigens was Planck zelf nog verre van overtuigd van het feit dat de energiequanta ook werkelijk fundamenteel waren: hij noemde het idee van quanta een "postulaat", en gebruikte het met name als een wiskundige truc om het spectrum van de zwarte stralers te beschrijven. Pas toen Einstein in 1905 het foto-elektrisch effect verklaarde aan de hand van dezelfde quanta werd volledig duidelijk dat de "lichtdeeltjes" echt bestonden, en heel duidelijk waarneembare fysische effecten hadden.

Bron: Epsilon uitgaven 62 - Op de schouders van reuzen. Maris van Haandel, 2009

Ontdekking quanta door Einstein

1905

Einstein nam aan dat het licht zich niet voortplantte in continue golven, zoals golven dat op het water doen, maar dat de energie van het licht verdeeld was in kleine pakketjes. Die pakketjes - of: quanta - zouden elk een klein beetje energie met zich meedragen, en de hoeveelheid energie die in een pakketje past zou rechtevenredig zijn met de frequentie.
Einstein was echter wel de eerste die de pakketjes ook letterlijk interpreteerde als "lichtdeeltjes", en dus aannam dat licht zich niet als golf voortplantte, maar als een stroom van deeltjes.

Ontdekking dat atomen een positieve kern hebben

1909

Ontwikkeling van atoommodel

1913

In 1913 ontwikkelde hij een theorie waarmee grote vooruitgang werd geboekt in het beschrijven van een atoom. Bohr realiseerde zich dat met klassieke natuurkunde alleen nooit een bevredigende beschrijving zou kunnen worden gemaakt, en dat de oplossing waarschijnlijk lag in de quantumeigenschappen van licht (licht bestaat uit energiepakketjes, fotonen). Twee belangrijke ideeën uit zijn theorie waren dat een elektron om de atoomkern kan cirkelen in bepaalde banen en daarnaast dat zo'n rondcirkelend elektron door een foton met een heel bepaalde energie te absorberen of uit te zenden, naar een hoger- respectievelijk lagergelegen baan kan springen (overgang/transitie).

eperkingen van Bohrs model
De theorie van Bohr levert een beschrijving voor een groot aantal fenomenen in het atoom, en was zeker een stap in de richting van de moderne fysica. Het had echter een aantal belangrijke beperkingen. De belangrijkste is dat de theorie alleen toepasbaar is op waterstof (H) en enkel-elektronionen zoals helium He+ en lithium Li2+; met neutraal He werkt het al niet. Verder verklaart de theorie niet waarom bepaalde lijnen uit een lijnenspectrum een hogere intensiteit hebben dan andere (oftewel, waarom elektronen een 'voorkeur' hebben voor het maken van bepaalde overgangen boven andere) en waarom veel van deze spectraallijnen bij nader inzien eigenlijk blijken te bestaan uit vlak naast elkaar gelegen lijnen met iets verschillende golflengten (lijnsplitsing). En tenslotte zou een echt succesvolle theorie het mogelijk moeten kunnen maken om te begrijpen hoe individuele atomen met elkaar wisselwerken om materialen te vormen met de eigenschappen die we waarnemen. Dit is met de theorie van Bohr niet mogelijk.

bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Niels_Bohr

Ontdekking van het proton

1919

Ernest Rutherford vindt de eerste aanwijzing voor een proton.

Ontdekking dat fotonen deeltjes zijn

1923

Arthur Compton ontdekt het quantum-karakter van röntgenstraling en bevestigt daarmee dat fotonen deeltjes zijn.

Bron: Epsilon uitgaven 62 - Op de schouders van reuzen. Maris van Haandel, 2009

Ontdekking golfkarakter van deeltjes

1924

In 1924 ontdekte men het golfkarakter van deeltjes. De man hierachter was de Fransman Louis De Broglie. En hoewel Einstein en Planck nog op veel verzet stuitten bij de introductie van hun theorieën over de quantumeigenschappen van licht, was het wetenschappelijk klimaat intussen zo veranderd dat De Broglies theorie zonder meer geaccepteerd werd. Het idee van de golf-deeltjedualiteit werd een van de startpunten van de ontwikkeling van de quntum machanica

Ontdekking dat elektronen golven en deeltjes zijn

1924

In 1924 zei de Duitse natuurkundige Max Born: licht en elektronen zijn geen golven of deeltjes: licht en elektronen zijn allebei.

Ontdekking van de grootheid Spin

1925

in 1925 ontdekt is door de Nederlandse fysici Samuel Goudsmit en George Uhlenbeck

Schrödingervergelijking

1925

De schrödingervergelijking, aanvankelijk in 1925 als golfvergelijking opgesteld door de Oostenrijkse natuurkundige Erwin Schrödinger, is een partiële differentiaalvergelijking die de basisformule vormt voor het beschrijven van een kwantummechanisch systeem. De toestand van een dergelijk systeem wordt beschreven door de zogenaamde golffunctie en de mechanische eigenschappen door de Hamiltoniaan van het systeem, een operator die de totale energie van het systeem voorstelt.

die stelt dat de totale energie van een systeem wordt gevormd door de som van zijn kinetische (bewegings-) energie en een potentiële energiefunctie (die aangeeft hoeveel energie er in het systeem ligt 'opgeslagen').

Bron: Quantummechanica voor beginners, J.P MacEvoy, 1999.

Het onzekerheidsprincipe

1927

Een belangrijke en verrassende eigenschap van de quantummechanica werd door de Duitse fysicus Werner Heisenberg in 1927 ontdekt. Dit beroemde resultaat van Heisenberg staat tegenwoordig bekend als het onzekerheidsprincipe. Het zegt iets over de hoeveelheid "klassieke" informatie die we uit een quantummechanisch systeem kunnen halen.

Bron: http://www.quantumuniverse.nl/quantumfysica-6-het-onzekerheidsprincipe

Tunnel-effect

1928

George Gamow en anderen verklaren de alfa-radioactiviteit met het onzekerheidsprincipe ('tunnel-effect').

Bron: https://adcs.home.xs4all.nl/Deeltjes/history/quantumt.html

De ontdekking van het "anti-deeltje"

1931

Paul Dirac beseft dat de positief geladen deeltjes, nieuwe objecten zijn. Ze lijken precies op elektronen, maar hebben tegengestelde lading.

Bron: https://adcs.home.xs4all.nl/Deeltjes/history/quantumt.html

Het nucleon

1941

C. Møller en Abraham Pais introduceren de term 'nucleon' als een algemene term voor de protonen en neutronen in de kern.

Bron: https://adcs.home.xs4all.nl/Deeltjes/history/quantumt.html

Methode om te kunnen rekenen met de quantumveldentheorie door invoering van de schaalfactor

1947

Om de quantumveldentheorie te redden, was het dus noodzaak om de oneindige uitkomsten uit de theorie te verwijderen. De eerste die bedacht hoe dit gedaan kon worden was de Duits-Amerikaanse natuurkundige Hans Bethe, in 1947.

Bron: Quantummechanica voor beginners, J.P MacEvoy, 1999.

De eerste goed werkende methode om te rekenen aan quantumvelden

1947

De Amerikaanse natuurkundige Richard Feynman (1918-1988) bedacht een overzichtelijke manier om berekeningen te doen aan de kansprocessen in de quantumfysica.

Bron: http://www.quantumuniverse.nl/

John Bell

1964

Een deeltje heeft geen precieze positie tot op het moment van meting, en de meting creëert eigenlijk het specifieke resultaat.

Het quark-model

1966

Het quark-model wordt nogal langzaam geaccepteerd omdat quarks niet worden waargenomen.

Bron:
https://adcs.home.xs4all.nl/Deeltjes/history/smt.html

Voorspelling Higgs-boson

1967

Steven Weinberg en Abdus Salam stellen elk een theorie voor die de elektromagnetische en de zwakke wisselwerking.
Ze voorspellen ook nog een ander massief boson, het 'Higgs-boson'.

Bron: Quantummechanica voor beginners, J.P MacEvoy, 1999.

Bewijs quarks

1968

Met de lineaire versneller in Stanford (SLAC) wordt aangetoond dat quarks bestaan.

Bron: http://www.quantumuniverse.nl/

't Hooft en Veltman

1971

't Hooft en Veltman wonnen in 1999 de Nobelprijs voor de renormalisatie van het type theorieën waarmee de sterke en de zwakke kernkracht beschreven worden.

Ontdekking van het gypsy-deeltje

1974

Burton Richter en Samuel Ting ontdekken het gypsy deeltje.
Het is een meson: charm en anti-charm.

Bron: Quantummechanica voor beginners, J.P MacEvoy, 1999.

neutrinomassa

1998

Onderzoekers bij Super-Kamiokande in Japan concluderen: de neutrinomassa is niet nul.

Ontdekking dat er slechts 3 fundamentele deeltjes bestaan.

1998

Experimenten bij SLAC en CERN doen sterk vermoeden dat er drie en slechts drie generaties van fundamentele deeltjes zijn.

Bron: Quantummechanica voor beginners, J.P MacEvoy, 1999.

Ontdekking van het Higgs-boson

2012

ATLAS- en CMS-experimenten bij CERN tonen het 'Higgs-boson' aan.

Bron: Quantummechanica voor beginners, J.P MacEvoy, 1999.