Filosofie

Griekse Oudheid

Jesaja

765 bc - 686 bc

profetie

Thales

624 bc - 545 bc

Slechts fragmenten
'eerste principe' (geen goden)
water

Anaximander

622 bc - 547 bc

Slechts fragmenten
'eerste principe' (geen goden)
apeiron
Leven ontstaat uit water

Lao Tse

606 bc - 520 bc

taoïsme

Anaximenès

585 bc - 525 bc

Slechts fragmenten
'eerste principe' (geen goden)
lucht verdicht en verdunt (ziel=levende adem)

Xenophanes van Colofon

580 bc - 485 bc

Presocratische natuurfilosoof

een onstoffelijke god is de eenheid (pantheïsme)
‘persoonlijke goden’ zijn hersenspinsels
‘je kan niet weten dat je de waarheid kent’

Pythagoras van Samos

575 bc - 497 bc

Presocratische natuurfilosoof

'wij zijn filosofen'

Boeddha

563 bc - 483 bc

Boeddhisme

Confucius

551 bc - 479 bc

Agnost
niet bekendste in zijn tijd
leefregels (maximes)
“echte kennis is weten tot op welke hoogte je onwetend bent.”
“wat je niet wilt dat anderen jou aandoen, doe dat ook een ander niet aan.”

Parmenides

540 bc - 475 bc

Presocratische natuurfilosoof

eerste ontologie: ‘het zijnde is, het niet-zijnde is niet’
de ware werkelijkheid is één en onveranderlijk
epistemologie:‘je kan de zintuigen niet vertrouwen’

Herakleitos

540 bc - 480 bc

Presocratische natuurfilosoof

de wereld is aanhoudelijk in beweging
‘je kan onmogelijk twee keer in de zelfde rivier stappen’ alles ontstaat uit vuur

Anaxagoras

499 bc - 428 bc

Presocratische natuurfilosoof

denkende stof (nous), structureert
Wereld=homoiomerieën
Filosofie bij Atheners

Empedokles

495 bc - 435 bc

Presocratische natuurfilosoof

elementenleer
aantrekken en afstoten

Zeno

490 bc - 430 bc

Presocratische natuurfilosoof

de veronderstelling dat de wereld verandelijk en deelbaar leidt tot paradoxen

Protagoras

481 bc - 411 bc

sofist
dé waarheid is onkenbaar (zintuiglijkheid),
elke mening kan je verdedigen
techniek van de antilogie, oefenen in het verdedigen van het tegendeel
er is geen inhoud van kennis, er is slechts vorm

de mens is de maat van alle dingen
het individu maakt een eigen wereld

Herodotos

480 bc - 430 bc

Geschiedschrijving

Socrates

469 bc - 399 bc

bekend door werk van Plato
DE waarheid via vraaggesprek
'ik weet dat ik niet weet'
reactie op sofisme

Democritos

460 bc - 370 bc

Presocratische natuurfilosoof

Alles heeft een oorzaak
Wereld=atomen (ontelbare deeltjes, verschillen in grootte)

Antisthenes van Athene

454 bc - 365 bc

Cynische filosofen

Wie weet wat goed is, doet niets verkeerds
Een mens moet vrij zijn van behoeften

Leucippos

450 bc - 400 bc

Presocratische natuurfilosoof

Plato

428 bc - 347 bc

zintuigelijke werkelijkheid is een afspiegeling van de ware werkelijkheid
de klasse van de politici houden ons onwaarheden voor, maar zelf kennen ze de waarheid niet
Grot van Plato
Oprichting van een school ('academie')

Diogenes

400 bc - 324 bc

Cynische filosofen

Eenvoud en soberheid

Aristoteles

384 bc - 322 bc

het wezen van de dingen resideert in de dingen, niet in een afzonderlijke wereld

die essentie is onderscheiden van de dingen zelf

oprichting van een school - het ‘lyceum’
de peripathetische school: rondlopen in de zuilengang

Pyrrho

360 bc - 270 bc

Scepticisme

de mens kan de waarheid niet vinden
er zijn slechts meningen

je moet elk oordeel opschorten (‘epochè’)
dat leidt tot onverstoorbaarheid

Epicurus

341 bc - 270 bc

Epicurisme

Basis hedonisme, genot is hoogste goed
goed handelen=bevrediging

Zeno van Citium

335 bc - 265 bc

Stoïcisme

rationele wezens hebben geen instituten nodig
de ideale staat behoeft geen tempels, geld of wetten man en vrouw zijn volstrekt gelijkwaardig
vrije seksuele omgang is mogelijk
maar de wijze weet wat kan en niet kan ...

Seneca

5 bc - 65 ad

Stoïcisme

Marcus Aurelius

121 - 180

Stoïcisme

Sextus Empiricus

150 ad - 230 ad

Scepticisme

wetenschap dient niet om de waarheid te ontdekken, maar wel om argumenten te vinden om dogmatische stellingen te ontkrachten

Middeleeuwen

Origines

185 - 254

Patristiek
eerste fase: vaststellen van de leerstellingen

patristiek

201 - 499

Plotinus

205 - 270

Neoplatonisme

Augustinus

354 - 430

Patristiek
Tweede fase: systematisering van de dogmata

scholastiek

801 - 1199

wat is het verband is tussen geloof en weten?

bestaan de algemene begrippen (de universaliën, zoals ‘goedheid’,‘schoonheid’,‘rechtaardigheid’, ...) los van de mens? (universaliënstrijd)

Eriugena

810 - 877

Universalia bestaan los van de mens (realisme)

Roscellinus

1050 - 1123

Universalia zijn niets anders dan woorden (nominalisme)
'het zijn geluiden'

Willem van Champeaux

1070 - 1121

Universalia bestaan los van de mens (realisme)

Petrus Abaelardus

1079 - 1142

Universalia bestaan in de dingen (aristotelisme)

Averroës

1126 - 1198

allegorische interpretatie van de Koran

er is slechts één Waarheid, maar die wordt op verschillende manier geïnterpreteerd en die zijn evenwaardig

leidt tot de leer van de dubbele waarheid,
er is de waarheid van de filsofie en er is de waarheid van de theologie, maar die zijn even veel waard

Albertus Magnus

1196 - 1280

Geloof en weten
filosofie en theologie zijn verschillend

Thomas van Aquino

1225 - 1274

Geloof en weten

de waarheid van het geloof staat boven die van de filosofie
filosofie dient om het geloof te onderbouwen
‘filosofie is de dienstmaagd van het geloof'

Johannes Duns Scotus

1270 - 1308

Geloof en weten

omdat God oneindig is, is God onkenbaar
filosofie heeft een ander domein

Willem van Ockham

1284 - 1349

Universalia zijn niets anders dan begrippen bedacht door de mens (conceptualisme)

Nieuwe Tijd

Giovanni Pico della Mirandola

1463 - 1494

Michel de Montaigne

1533 - 1592

Francis Bacon

1561 - 1626

Galileo Galileï

1564 - 1642

Thomas Hobbes

1588 - 1679

Pierre Gassendi

1592 - 1655

René Descartes

1596 - 1650

Baruch Spinoza

1632 - 1677

John Locke

1632 - 1704

Isaac Newton

1643 - 1727

Gottfried Wilhelm von Leibniz

1646 - 1716

Georges Berkeley

1684 - 1753

David Hume

1711 - 1776

Eerste onderzoeksinstituten

Académie Française

1570

Rome

1630

Royal Society

1645

Napels

1650

Firenze

1657

Académie des Sciences

1666

Institut National

1795

Eerste tijdschriften

Journal des Sçavans

1662

The Philosophical Transactions of the Royal Society of London

1665

Nouvelles de la Republique des Lettres

1684

Eerste encyclopedie

Dictionnaire historique et critique

1697

Description des arts et métiers

1709

Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers

1772